
Ik wist eigenlijk niets van Balzac (1799 - 1850). Vanzelfsprekend kende ik zijn naam wel en ik veronderstelde eerlijk gezegd dat het zo'n typisch negentiende eeuwse Bourgondische blaaskaak was van de morsige, Franse soort, met een pen in de hand. Een figuur van historische waarde meer dan van enig (internationaal) literair belang. Maar in de klassieke Wilde dialoog 'Het verval van het liegen' - een verrukkelijk vilein pleidooi voor l'art pour l'art - beweert Wilde bij monde van Vivian: "Een geregelde studie van Balzac reduceert onze levende vrienden tot schaduwen en onze kennissen tot de schaduwen van schimmen." En, Baudelaire citerend: "Alle karakters in Balzac zijn begiftigd met dezelfde levenslust die hem bezielde. Al zijn vertellingen zijn even diep gekleurd als dromen. Elk brein is als een wapen dat tot aan de loop met wilskracht is geladen." Na pagina's van (weliswaar uiterst amusant) gekanker over de opkomst van het 'banale' realisme in de literatuur, eindelijk eens onverholen enthousiame aan te treffen, bracht een acute nieuwsgierigheid teweeg. Wie weet wat ik gemist had en wat me dus nog te wachten stond! De lezer in mij verheugde zich likkebaardend.
In de bibliotheek stond een half plankje Balzac; een aantal boeken van normale dikte, en een reeks dunne zakedities, die mij zeer geschikt leken ter kennismaking. Nog vol van een verblijf in Parijs afgelopen mei, was het niet meer dan logisch voor de titel Reis Parijs Java te kiezen. Dat bleek een gelukkige greep.
De inhoud van dit vijfenvijftig pagina's tellende boekje kan gehouden worden voor verwant aan het pleit van Wilde, maar waar Wilde typisch provocerend het 'liegen' bewierookt als veruit superieur aan het eenvoudigweg beschrijven van de alledaagse werkelijkheid, richt de rondborstige Balzac zich op de voordelen van de meer onschuldige verbeeldingskracht ten opzichte van de realiteit. Niet zonder eerst even, haast un peu koket, de zogenaamde nadelen van dagdromerij aan te stippen: verlies van tijd en realiteitszin en heimwee naar oorden die niet bestaan. Vervolgens barst hij los in een zinderende, duizelingwekkende en geestige vertelling over de zinsbekoring die Java is, geinspireerd (blijkt op de laatste bladzijde) op de wederwaardigheden van de bevriende échte reiziger Grand-Besanc uit Angoulem en op de tamelijk stereotypische noties over 'de Orient' uit die tijd.
"Zo waren een woord in een zin, een krantenartikel, een boektitel, de naam Maisoer of Hindoestan, de zich openende bladeren in mijn thee, de Chinese afbeeldingen op mijn schoteltje, zo was kortom het minste of geringste vaak al genoeg om me via de doolhof van mijn bespiegelingen onontkoombaar te laten inschepen op een droomschip en de talloze verrukkingen van mijn denkbeeldige reis te laten opborrelen."
"Een reisboek is een fabeldier waarbij de verbeelding op de vliegende rug moet klimmen, en als de geest van de lezer niet helderziend genoeg is om het land aan de hand van steekproeven voor zich te zien, dan past mijn springerige verteltrant hem net zo min als een paar laarzen een vlo."
Genoemde titels:
Het ware masker van Oscar Wilde ("Life imitates art")
Reis Parijs Java van Balzac
Wikipedia: Honoré de Balzac
Project Gutenberg: Honoré de Balzac
Kunst: Voyage into the Dark, not dated, Karen Ceolla Tylec



