dinsdag 7 juli 2009

Het droomschip van Balzac


Ik wist eigenlijk niets van Balzac (1799 - 1850). Vanzelfsprekend kende ik zijn naam wel en ik veronderstelde eerlijk gezegd dat het zo'n typisch negentiende eeuwse Bourgondische blaaskaak was van de morsige, Franse soort, met een pen in de hand. Een figuur van historische waarde meer dan van enig (internationaal) literair belang. Maar in de klassieke Wilde dialoog 'Het verval van het liegen' - een verrukkelijk vilein pleidooi voor l'art pour l'art - beweert Wilde bij monde van Vivian: "Een geregelde studie van Balzac reduceert onze levende vrienden tot schaduwen en onze kennissen tot de schaduwen van schimmen." En, Baudelaire citerend: "Alle karakters in Balzac zijn begiftigd met dezelfde levenslust die hem bezielde. Al zijn vertellingen zijn even diep gekleurd als dromen. Elk brein is als een wapen dat tot aan de loop met wilskracht is geladen." Na pagina's van (weliswaar uiterst amusant) gekanker over de opkomst van het 'banale' realisme in de literatuur, eindelijk eens onverholen enthousiame aan te treffen, bracht een acute nieuwsgierigheid teweeg. Wie weet wat ik gemist had en wat me dus nog te wachten stond! De lezer in mij verheugde zich likkebaardend.

In de bibliotheek stond een half plankje Balzac; een aantal boeken van normale dikte, en een reeks dunne zakedities, die mij zeer geschikt leken ter kennismaking. Nog vol van een verblijf in Parijs afgelopen mei, was het niet meer dan logisch voor de titel Reis Parijs Java te kiezen. Dat bleek een gelukkige greep.

De inhoud van dit vijfenvijftig pagina's tellende boekje kan gehouden worden voor verwant aan het pleit van Wilde, maar waar Wilde typisch provocerend het 'liegen' bewierookt als veruit superieur aan het eenvoudigweg beschrijven van de alledaagse werkelijkheid, richt de rondborstige Balzac zich op de voordelen van de meer onschuldige verbeeldingskracht ten opzichte van de realiteit. Niet zonder eerst even, haast un peu koket, de zogenaamde nadelen van dagdromerij aan te stippen: verlies van tijd en realiteitszin en heimwee naar oorden die niet bestaan. Vervolgens barst hij los in een zinderende, duizelingwekkende en geestige vertelling over de zinsbekoring die Java is, geinspireerd (blijkt op de laatste bladzijde) op de wederwaardigheden van de bevriende échte reiziger Grand-Besanc uit Angoulem en op de tamelijk stereotypische noties over 'de Orient' uit die tijd.

"Zo waren een woord in een zin, een krantenartikel, een boektitel, de naam Maisoer of Hindoestan, de zich openende bladeren in mijn thee, de Chinese afbeeldingen op mijn schoteltje, zo was kortom het minste of geringste vaak al genoeg om me via de doolhof van mijn bespiegelingen onontkoombaar te laten inschepen op een droomschip en de talloze verrukkingen van mijn denkbeeldige reis te laten opborrelen."

"Een reisboek is een fabeldier waarbij de verbeelding op de vliegende rug moet klimmen, en als de geest van de lezer niet helderziend genoeg is om het land aan de hand van steekproeven voor zich te zien, dan past mijn springerige verteltrant hem net zo min als een paar laarzen een vlo."

Genoemde titels:
Het ware masker van Oscar Wilde ("Life imitates art")
Reis Parijs Java van Balzac
Wikipedia: Honoré de Balzac
Project Gutenberg: Honoré de Balzac

Kunst: Voyage into the Dark, not dated, Karen Ceolla Tylec

zondag 28 juni 2009

Don't Blame it on the Sunshine

I AM A STAR

Toen Michael Jackson vorige week donderdag instortte ten gevolge van een goeie shot Demerol (een opiaat) en even later overleed was hij onvermijdelijk voor ongeveer een dag of twee het enige onderwerp van gesprek. Niet bij mij thuis, maar wel bij CNN en BBC world, de twee tv-kanalen die ik volg. Men loopt op eieren, is al gauw de indruk die de verslaggeving rondom zijn plotselinge dood wekt. Over de doden niets dan goeds, natuurlijk, maar hier heb je het niet over de privé persoon Michael Jospeh Jackson, maar over de publieke persona - de zelfbenoemde King of Pop - en, zoals men dat zo graag noemt, een icoon. En een icoon is van ons allemaal. Het moderne icoon houdt ons een spiegel voor, niet louter in al zijn uitzonderlijkheid, maar ook in al zijn (in dit geval groteske) falen.

Zoals bekend had Michael Jackson tenen langer dan Pinokkio's neus en het hoeft niet te verbazen dat hetzelfde geldt voor zijn voltallige entourage van hielenlikkers en ja-knikkers (de King of Pop tolereerde niemand anders om zich heen). Spreken van de rechtzaken over wanbetalingen en kindermisbruik moet met de grootste omzichtigheid gebeuren, evenals het ter sprake brengen van zijn langjarige verslaving aan legale dope. Het aanzicht van Usher en Liza Minelli, twee uit de brede schare van bevriende collega-supersterren, bij Larry King is van een bedroevend slaafse dweepzucht (en typische supersterren controledwang). Beiden schreeuwen om het hardst dat hij een Onschuldig, Onbegrepen Genie is en dat we niet de gore moed moeten hebben over iets anders te reppen dan zijn Ongeevenaarde Muzikale Erfenis. Precies het soort dweepzucht dat Michael Jackson beroofde van zijn menselijkheid. De wereld was tegen Michael, als we Usher en Liza moeten geloven, en Michael was boven elke verdenking, boven elk menselijk feilen verheven.

Wat vond jij zijn beste nummer, vroeg een vriend. Hij keek me verwachtingsvol aan, zodat ik begreep dat hij een serieus antwoord verlangde. Tja, begon ik peinzend. Ik vermoedde dat er zoiets bestaat als het Correcte Antwoord op die vraag, maar juist die notie trok een zwart gordijn voor mijn herinnering. Gewoon zeggen wat je te binnen schiet, hield ik mijzelf voor. Toch zei ik niet 'Ben': te zoetsappig en sentimentelerig, zeker onder de omstandigheden. Don't blame it on the sunshine, zei ik, niet al te overtuigend. De vriend keek verveeld. Ik stelde hem de noodzakelijke wedervraag. Billy Jean, zie hij zonder een seconde vertraging. Ja, natuurlijk, dat was het! De muziekjournalist bij de BBC had hetzelfde gezegd.

De verheerlijking bij leven, door hemzelf en door zijn publiek, was ronduit een genante vertoning. Het hysterische, orgastische gekrijs en gehuil als hij zijn vermangelde (Manga) neusje vertoonde, maar vooral zijn eigen lachwekkend megalomane grandiositeit, met de militaire en koninklijke parafernalia, de videoclips met brandende aardkloot en Messiasfratsen (Michael aan het kruis, et cetera), het zacht gekermde 'I love you too', het compulsief vastgrijpen van zijn ballen, alsof hij zichzelf en zijn publiek wilde verzekeren van zijn 'mannelijkheid', het eindeloze pseudo-seksuele geoeh in zijn latere nummers en optredens. Er is slecht een tekenender voorbeeld te bedenken van wat er ziek is aan de cult van celebrity dan Michael Jackson.

Heb ik dan helemaal geen sympathie voor de man? Wel. Ten tijde van Billy Jean was Michael Jackson al een beslissend punt gepasseerd. De eerste neusoperatie had hij inmiddels achter de rug. Het 'genie' van MJ bestond grotendeels uit zijn enorme absorptievermogen. Juist dat vermogen maakte hem ook kwetsbaarder dan zijn broers voor de constante emotionele en psychische vernederingen van zijn (jaloerse?) vader, die zich op zijn uiterlijk richtte: een lot dat meestal meisjes treft (constant commentaar krijgen op iets waar je weinig macht over hebt, werkt gevoelens van machteloosheid in de hand - alsmede woede, die zich, bij meisjes en vrouwen althans, meestal vertaald in zelfdestructiviteit), die daarom veel vaker een vergelijkbare obsessie met hun uiterlijk ontwikkelen. De intrieste gevolgen die deze beschaming (en feminisering) van zijn uiterlijk heeft gehad, zijn ad nauseam in beeld gebracht.

Michael Jackson was onbetwist een groot artiest, maar is altijd een kleine jongen gebleven. Een kleine jongen dronken van grootheidswaan. Hij heeft zijn supersterrenstatus nooit kunnen verzoenen met zijn eigen menselijkheid en verloor zich van de weeromstuit in een kinderlijke fantasiewereld en een keiharde verslaving aan medicatie. Ik geloof er niks van dat alleen zijn opvoeding schuldig is aan zijn ondergang: Michael Jackson past in een lange rij van supersterren die onder hun lot bezwijken. Het lijkt misschien geweldig om een 'idool' te zijn, maar het idool is altijd een imago, nooit een persoon. De persoon 'erachter' moet maar zien zichzelf trouw te blijven ondanks de begoocheling van die roem en dat imago, en de eisen die het publiek (en de omgeving) eraan stelt. Een bijna ondoenlijke opgave. Met dat in het achterhoofd is het moeilijk te bedenken hoe het in dit extreme geval anders had moeten aflopen.

Zie verder: Moving & Shaking: R.I.P., 26 juni 2009
See also: Alternet: Michael Jackson Death Was Tragic, But He Was Little More Than an Icon of Mediocrity by Alisa Valdes-Rodriguez, July 9, 2009

Kunst: I Am a Star, 2009, Hui Xin

woensdag 24 juni 2009

Applaus voor jezelf!

Liever geen afgehakte handen...
Interessante observatie van Arabist Hans Jansen:

"Er is al veel over de rede van Barak Hussein Obama in Cairo gezegd. Maar er is bij mijn weten nog maar heel weinig gezegd over de reacties van het publiek.

Voor zo ver ik kon zien en horen, werd er bij Obama’s loftuitingen op de islam niet geklapt. Twee keer barstte de zaal daarentegen wel in applaus uit: toen Obama de democratie noemde, en toen hij verwees naar de bevrijding van de vrouw. Het spijt me, maar in die situatie applaus voor alleen maar het uitspreken van het woord ‘democratie’, dat vind ik ontroerend."

Lees zijn hele column bij Hoeiboei: Sharia versus democratie, 24 juni 2009

Kunst: Seeing Red, from the Drunken Power Series (Sake Sets), 2007, Patti Warashina

dinsdag 23 juni 2009

Fluisteringen van het lot

Ondanks grootse plannen voor een zonniger stemming, maandag, hees ik me in herfstkleuren (grijs) en wol (koude noordenwind!) en spoot me in met een haardvuurtje van een wintergeur (het gloeiende Ambre Fétiche van Annick Goutal). Het zou de pret niet drukken, daarvan was ik overtuigd: honderd pagina's zou ik gaan lezen, ik zou gaan sporten (en onderwijl verder kijken naar de uitstekende film La graine et le mulet) en bij Bagels & Beans zou ik een biologische cranberry muffin gaan eten. Wat wil een mens nog meer? (Niet dat ik niks weet te bedenken, ik noem een flesje Mythique van Delrae, een pied-a-terre in Parijs). Nee, ik zat gebeiteld voor de dag.

Mijn optimisme werd echter algauw getemperd en niet door een onzalig mailtje of urenlang gepiel van de buurman op zijn basgitaar, maar door mijn leesvoer. Dat was Pascal Mercier's Nachttrein naar Lissabon, een aanrader van mijn moeder en een internationale bestseller. Mijn moeder sabbelt dagenlang op een diepzinnige zinsnede of weergaloos geformuleerde alinea uit deze roman. Nou hebben mijn moeder en ik maar weinig voorkeuren gemeen, inclusief literaire. Iris Murdoch? Meh. Hesse? Ach bitte! Malika Mokkedem? Nah... et cetera. En nadat ik haar een winter of twee geleden boeken van het triumviraat Woolf, O'Connor en McCullers cadeau deed, heb ik haar er nooit meer over gehoord. Liever niet naar vragen, ik zou haar maar in verlegenheid brengen (gegeven paard, enzo). Misschien was het de titel die maakte dat ik alle waarschuwingen in de wind sloeg: ik heb een zwak voor treinen.

Dus ik begon dit weekend doodgemoedereerd in het boek en zonder zelfs maar de achterflap te bekijken. Dom - ik had dat in de winkel al moeten doen - want Pascal Mercier blijkt een pseudoniem van de Zwitserse filosoof Peter Bieri, die in die hoedanigheid een andere hit schreef: Handwerk van de Vrijheid. Ook dat boek werd me aanbevolen (en ook die titel sprak me aan), al weet ik niet meer door wie. Ik kocht het. Het was een ramp. Met veel aplomb poneert Bieri een papieren probleem alsof het om een filosofische kwestie gaat van vitaal belang. Welk probleem het was, al sla je me dood. Maar zelden heb ik me zo hevig geergerd aan een boek dat ik het niet meer in huis wilde hebben. Bieri kreeg het voor elkaar.

Nachttrein naar Lissabon is, om eerlijk te zijn, een veel beter boek. Ik ben maar liefst tot pagina 99 gekomen. In de woorden van de verteller samengevat (pagina 64): "dit was dus Lissabon, de stad waar hij naartoe was gegaan omdat hij bij het observeren van zijn leerlingen plotseling zijn leven vanaf het eindpunt had gezien en omdat hij door toeval in het bezit was gekomen van het boek van een Portugese arts wiens woorden klonken alsof ze tot hem waren gericht."

Om een of andere reden laat hij de persoon die dit hele proces op dramatische wijze in gang zet, een Portugese vrouw die van een brug af dreigt te springen, hier onvermeld. Hoe dan ook, de stijl is bedaagd en soms wat dor, didactisch verantwoord en filosofisch gezwollen, vervuld van Duitse (Wagneriaanse) ernst en met nu en dan een stijlbloempje, zoals deze: "het vroege licht stroomde onbeweeglijk door de straten."

Misschien was het ergste om in dit voortreutelende drama over de zin van het bestaan te lezen terwijl ik bij een verlaten Bagels & Beans plotseling gezelschap kreeg van twee studentikoze, hippe stelletjes. De jongens met lang skater haar en zwarte Victor & Rolf brillen, de meisjes met skinny jeans, modellerige paardenstaartjes en veel spraakwater. Geanimeerd praatten ze over wat mij opeens het echte leven leek: reizen, eten, studeren, ouders, vriendschappen en politiek. Ze lachten bovendien, veel en gul, zonder hun ernst te verliezen. Van de lippen van het mooie meisje van Molukse afkomst viel een charmant verhaspeld woordje: oudbollig zei ze, om de appartementen te beschrijven die in Barcelona aan toeristen worden verhuurd via het Internet.

Raimond Gregorius, de hoofdpersoon, wordt zo geabsorbeerd door zijn eigen binnenwereld dat hij, zo lijkt het, de anderen louter waarneemt in relatie tot zijn eigen bestaan. Het is niet voor niks dat hij zo gehecht is aan zijn beroerde bril en die telkens verkiest boven de nieuwe, scherpe die hij zich heeft laten aanmeten en die hem blootstelt aan 'te veel werkelijkheid'. Mundus, zoals hij koesterend door zijn leerlingen op het gymnasium werd genoemd, kan het niet aan. En wat hij aan de werkelijkheid onverdraaglijk lijkt te vinden, is de flux, de verandering van de dingen, van zichzelf, van de anderen; het voortschrijden van de tijd. Het verklaart meteen zijn beroepskeuze: hij is bij de Grieken en de Romeinen achtergebleven, een dode taal en een versteende geschiedenis. Daar is en blijft alles zoals je het ooit aantrof. Man, zou je willen zeggen, go with the flow! Een snufje Zen, vrienden worden met een oude hippie, een aflevering Catherine Tate, een kijkje misschien in Soedan of Somalie, het huidige Iran, Irak of Afghanistan (méer werkelijkheid, niet minder!) zou de filosofie van Gergorius/Mercier/Bieri mogelijk kunnen bevrijden van zijn loodzware pretentie. Moet ie natuurlijk wél even zijn goede bril opzetten.

Enfin, zoals een parfum soms alleen in een bepaald seizoen tot zijn recht komt, zo doet een topzwaar boek als dit dat wellicht ook. Ik had me er duchtig op voorbereid, gezien mijn herfstige uitdossing, maar het heeft bar weinig uitgehaald. Overigens kan het prima, een filosofische roman die bruist en leeft: neem Kundera's De ondraaglijke lichtheid van het bestaan.

PS: Wie weet doe ik toch een poging Nachttrein uit te lezen. Mocht mijn mening kantelen na een paar honderd pagina's extra, dan kom ik er beslist op terug.

Kunst: Masha in an old train to Paris, 2006, Esther Haase

zaterdag 20 juni 2009

Black


Ik wou het hebben over Bulgari Black, een parfum ontwikkeld door Annick Menardo voor het nogal bedaagde huis Bulgari. Op de markt gebracht in de jaren negentig (1998 om precies te zijn), het decennium van voorspoed, internetzeepbellen en optimisme (ondanks de golfoorlog, de ellende in Bosnie en Rwanda's genocide), de dominantie van multi-culti en politieke correctheid, raves en cocoonen en wit, van Jan-de-Bouvrie-interieur-wit tot Micha-Klein-Ibiza-wit. En witte - transparante - parfums; Escape en CK Be, bijvoorbeeld. De opkomst van (witte) ozon en cashmere noten.

Met enig gevoel voor overdrijving zou je dus kunnen beweren dat in Black een ommekeer wordt voorvoeld of aangekondigd. Het scheurt als het ware op gierende Ferrariwielen de duistere toekomst in of in zijn achteruit zó de jaren tachtig weer in, dat kan ook, met de punkbeweging, wereldwijde economische crisis en massawerkloosheid en al. Zelfbewust is de Black fles dan ook vormgegeven als een autoband, met een blinkende wieldop die, reuze praktisch en inventief, 'aan' en 'uit' gezet kan worden. Ik heb de geur lang niet gedragen en stond er voorheen halfslachtig tegenover. Destijds rook ik vooral een caramel-achtig vanille en een masculiene leernoot, geen cliché, maar zeker niet het gedurfde en originele staaltje waar de online-parfum gemeenschap het voor hield. Met andere woorden, ik miste kennelijk iets.

Na een min of meer parfumvrij jaar, keerde ik recentelijk praktisch in maagdelijke staat terug bij Black, in diepe zwartgalligheid rondmodderend ('Black Dog' noemde Churchill zijn frequente depressies), en met behoefte aan iets dat zowel knus als sinister en zowel warm als ruig en weerbaar is. Black beantwoordt perfect aan dat profiel.

De noten die ik ruik, zich in en uit vlechtend, zijn een frisse, soepele jasmijn, een rokerig vanille, een branderig rubber en zeer fijn sandelhout - of een ander hout, in de basis. En donkere, zware, zwarte thee, met looizuur waar alleen een teflonmaag tegen bestand is. Vermoedelijk is het musk dat de jasmijn behoedt voor haar languissante lodderigheid, dat ook wel indool wordt genoemd, iets wat ik in verband breng, terecht of onterecht, met seksuele verzadiging of oververzadiging en een scherpe karnemelk-achtige, pikante lucht, ranzig zoet en met een prikkelende zweem van bitter en zout. Fascinerend en bedwelmend, verslavend zelfs misschien, maar ook gauw bombastisch en bulkend (denk aan Fracas of Flowerbomb) en hoe dan ook niet iets waar ik in deze stemming naar snak.

Black is weliswaar ruig, maar op een tamelijk dandy-achtige, haast barokke manier, zoals zeg Karl Lagerfelds huidige incarnatie. Androgyn, helemaal. Niet voor iemand die wenst te behagen, hoe behaaglijk de geur voor de drager zelf ook kan zijn. Geen allemansvriend, merci bien. De drydown - dat wat overblijft als de geur uitontwikkeld maar nog niet van de huid verdwenen is - is flanelzacht, haast zwoel en met een hint van viooltjes, zodat het me in deze fase doet denken aan Grey Flannel (1976), of beter gezegd aan mijn herinnering van Grey Flannel, die teruggaat tot de vroege jaren tachtig. Dat is erg lang geleden, maar misschien - zie boven - wel adequaat.

Ondertussen ben ik het zwelgen in doem weer beu. Morgen graag een zonnetje van een geur, om vast vooruit te lopen op een zonniger stemming. Ik denk aan witte tennisschoenen, een Mediterraan jachthaventje, Italiaans eten. Misschien Dior's Escale de Portofino?

Black: noten (via Basenotes): Lapsang Souchong thee, bergamot, jasmijn, cederhout, sandelhout, leer, amber, musk, vanille.

Kunst: Vesta, 1968, Ron Mesaros